Werkgevers zijn ook klachtgerechtigd bij het tuchtcollege over het handelen van de door hen ingeschakelde bedrijfsarts. Dit volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege van 31 maart 2015 (ECLI:NL:TGZCTG:2015:106).
Dat werkgevers ook gebruik maken van de mogelijkheid een klacht in te dienen tegen de door hen ingeschakelde bedrijfsarts blijkt uit een recente uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2026 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58).
In deze zaak heeft de werkgever, een advocatenkantoor, een klacht ingediend tegen de bedrijfsarts die een advocaat-stagiaire heeft begeleid in het kader van haar verzuim. De werkgever verwijt de bedrijfsarts dat de advocaat-stagiaire door de bedrijfsarts arbeidsgeschikt is verklaard ondanks dat de werkgever met de bedrijfsarts zou hebben afgesproken dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou blijven, gezien de organisatorische situatie op kantoor (ontslag van twee ervaren advocaten en de complexe en gevaarlijke strafrechtelijk kwesties die op het kantoor speelden).
Volgens de werkgever was er daarom onvoldoende tijd om de medewerkster te begeleiden/te re-integreren en is met de bedrijfsarts afgesproken dat parttime of gedeeltelijke werkhervatting van de medewerkster naar haar eigen werk als advocaat-stagiaire onmogelijk was (en dat zij dus arbeidsongeschikt zou blijven).
De bedrijfsarts heeft vervolgens aan de werkgever teruggekoppeld dat de medewerkster weer aan de slag kon (ondanks de ernst en complexiteit van de strafzaken die zij zou moeten oppakken) en dat alleen de arbeidsverhoudingen nog aandacht verdienen.
Een van de vragen die het tuchtcollege moet beantwoorden is of de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de advocaat-stagiaire arbeidsgeschikt te verklaren.
Het college stelt voorop dat het de taak is van de bedrijfsarts om te beoordelen of de medewerkster medisch en mentaal in staat is om haar werk als advocaat-stagiaire te hervatten. De organisatorische situatie heeft de bedrijfsarts met de medewerkster besproken en zij heeft aangegeven de aard en ernst van de casuïstiek te kennen en daarin geen belemmeringen te zien. De werkgever heeft volgens het College enkel organisatorische argumenten aangedragen ter onderbouwing van het standpunt dat de medewerkster volgens arbeidsongeschikt zou zijn. Het college overweegt daarbij: dat de organisatorische problemen van klager, hoe vervelend ook voor klager, geen onderdeel zijn van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Volgens het tuchtcollege heeft de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de advocaat-stagiaire arbeidsgeschikt te verklaren.
Kortom: het is aan de bedrijfsarts een oordeel te geven over de arbeids(on)geschiktheid van een werknemer en niet aan de werkgever, zeker niet als het enkel organisatorische redenen zijn waarom een medewerker niet zou kunnen hervatten.
